Misschien herken je dit wel. Negatieve gedachten als: ‘ik ben niet goed genoeg’, ‘het wordt nooit wat’….’ik werk niet hard genoeg’ ……’ze vinden me vast niet aardig’……Zeker in deze tijd van minder ‘echt’ sociaal contact, en een jaar met angst en beperkingen kan je sneller dan anders in een negatieve denk- of piekerspiraal komen. En is het lastig om je positief en dankbaar te blijven voelen.

Vaak uiten negatieve gedachten zich als spanning in je lichaam, zoals bijvoorbeeld buikpijn, hoofdpijn, of een knellend gevoel bij je hals. Het is een deel van jou dat ik maar even je interne criticus noem. Je kan je er bewust van zijn, maar de interne criticus is vaak ook aanwezig terwijl je je er niet zo bewust van bent.

Het is belangrijk om te weten, dat er – naast de ‘interne criticus’ – meer “delen” van jou aan het werk kunnen zijn. De ‘interne criticus’ wordt namelijk vaak vergezeld door de ‘afleiders’. Soms komen die juist (nog meer dan de criticus) naar voren in wat je in je dagelijkse leven doet.

Afleiders, zoals nutteloos webshoppen, veel chocolade en chips eten, social media scrollen,  kalmeringspillen slikken, of heel erg hard werken. Zaken die even een goed gevoel geven maar uiteindelijk ook weer leiden tot zelfkritiek. En dus zorgen voor nog meer behoefte aan ‘afleiders’.

Zowel de interne criticus als de afleiders hebben als doel te verhinderen dat er contact wordt gemaakt met je ‘kwetsbare deel’. Dit deel is soms van ‘hier en nu’, soms van ‘ooit’. Het kan bijvoorbeeld verdriet zijn, boosheid, eenzaamheid, of angst om alleen te zijn. Waar je interne criticus ooit goed voor was, is om jou te beschermen tegen (teveel) kwetsing. Het kind, dat dacht of voelde: ik moet me op een bepaalde manier gedragen (rustig, lief, of juist druk), anders word ik niet geliefd of hoor ik er niet bij. Dit is als jouw innerlijk kind nog steeds een deel van jou, ook al ben je volwassen en zit je opvoeding er al een hele tijd op.

Met mijn cliënten gebruik ik een methodiek om -in het hier en nu – beter of anders met deze stem om te gaan. Luisteren naar je criticus, maakt dat je toestemming en ruimte krijgt om je kwetsbare deel te helen (je emoties te uiten) en dat de afleiders (shoppen! eten!) niet meer nodig zijn. In grote lijnen nemen we deze stappen:

  • Zet een voorwerp of een stoel neer als ‘stand-in’ voor je criticus.
  • Welk gevoel geeft dit jou en waar voel je het in je lijf?

In gesprek met de interne criticus – stel hem of haar vragen:

  • Wat zeg jij, wat is je boodschap? Bijvoorbeeld: “Doe niet steeds zo suf!”.
  • Wat is je bedoeling, je intentie, waarom doe je dit? Bijvoorbeeld: “Ik wil dat je je veilig voelt.”
  • Waar kom jij vandaan? Wie ben jij? Hoe oud ben je? Bijvoorbeeld: “Ik ben een jongetje van tien jaar oud, ik word gepest en ik voel me alleen.”
  • Wat voor positiefs wens je mij toe? Bijvoorbeeld: “Ik wil dat je grenzen stelt.”
  • Wat heb je nodig, om niet zo dominant te zijn: Bijvoorbeeld: “Ik wil dat jij steun vraagt en stopt met veel te hard werken.”
  • Wil je de manier waarop je tegen mij praat veranderen? Zodat ik beter jouw positieve intentie kan horen? Bijvoorbeeld: “Geniet maar van aardig zijn en stel je grens”.

Een andere aanpak is om afgrenzende zinnen gebruiken tegen de criticus als: “Rot op!”, “Hoe durf je!”. Of om humor te gebruiken: “Haha, doe niet zo overdreven!”, of de criticus te parkeren: “Ah, daar ben je weer. Ik ga je later nog wel onderzoeken, ik heb hier nu geen tijd voor”.

Ik vind dit een hele mooie methodiek die werkt om meer vertrouwen en persoonlijk leiderschap te ontwikkelen. Wat zegt jouw interne criticus en hoe kan jij deze in positieve zin inzetten? Ik wens je heel veel succes en mildheid bij het vriendjes worden met je interne criticus!

Lieve groet, Noor

*Bronnen / wil je er meer over lezen:

  • Soul of shame, Byron Brown,
  • Het Werkboek, Wibe Veenbaas e.a., Phoenix Opleidingen,
  • Internal family systems, Richard Schwartz.

 

Plaats een reactie